Trainer en de organisatie / de club

De Volleybaltrainers nivo 3 en 4  -> Beleidstechnische ondersteuning.

Elke trainer is ook adviseur van de volleybalclub. Geeft gevraagd of ongevraagd adviezen aan de technische commissie – collega trainers en spelers – het bestuur – leden / vrijwilligers van de club waar hij/zij training naast b.v. de ledenvergadering of in commissies.

Zeker van de VT4 trainers mag een leidende rol gevraagd worden (voorzitter Technische Commissie of trekker van een volleybal lijn (Dames / Heren/ Jeugd/ Beachvolleybal / etc. en de VT3 trainers vooral in een ondersteunende rol. Deze beide niveaus van trainers dienen in elke volleybalclub aanwezig te zijn. De aantallen afhankelijk van de grootte van de club.

Uiteraard is het functioneren en de afspraken die gemaakt worden in grote mate afhankelijk van de mate waarin zaken geregeld zijn bij een vereniging. Er is dus altijd sprake van maatwerk. Dit geld ook voor de ondersteuning door de Regionale Volleybalschool.

De Volleybaltrainer VT3 en VT4:

  1. Analyseert het i.s.m. de andere trainers het functioneren van de club en de sporters
  2. Formuleert (mede) de doelstellingen voor het sporttechnisch beleid (meerdere niveaus)
  3. Stelt (in overleg met anderen) een sporttechnisch beleidsplan/advies op
  4. Geeft actief leiding aan de processen – coacht spelers en andere trainers – begeleiders en coaches. Stemt af met collega’s

Draagt het afgesproken sporttechnisch beleid van de organisatie uit

  1. Afhankelijk van de functie binnen de club:  (als lid van de TC?) Kan taken op zich nemen m.b.t. ontwikkelen en bijstellen van sporttechnisch beleid, rekening houden met menskracht en middelen en adviseert het bestuur of de sporttechnische commissie over sporttechnische zaken
  2. Is in staat beleid te toetsen op effectiviteit en haalbaarheid, verbetervoorstellen doen en onderbouwen en anderen hier vanaf het begin bij betrekken.
  3. Maakt een inschatting van weerstanden en geeft aan hoe daarmee om te gaan

Mogelijke onderwerpen zijn:

  • talentherkenning en –ontwikkeling
  • Stimuleren in- en doorstroom van sporters
  • Doelgroepen en hoe hiermee om te gaan
  • Betrekken ouders/spelers bij organisatorische taken binnen de club
  • opvang/nazorg voor sporters die stoppen en/of buiten de selectie vallen
  • Organisatorische aspecten m.b.t. trainingen – wedstrijden – coaching en andere begeleiding
  • De uitvoering van het technische beleid van de vereniging/organisatie
  • Train de trainers bijeenkomsten en coaching – kennis verruiming
  • Evalueren van de uitvoering van het beleid is samenwerking met de andere trainers
  • Lange termijn doelen bepalen en activiteitenplan hiervoor ontwikkelen
  • Meer weten over de inhoud van de trainingen – maak een afspraak – lees hieronder de expertise van de VT3 en VT4 trainers
  • Informatie over de leerpunten voor de VT3 Trainer
  • Meer informatie over de leerpunten voor de VT4 trainer
  • VOG is verplicht voor het verkrijgen van een trainers diploma – de vereniging dient voor de PVB dit aan te vragen. Voor alle informatie over deze regeling en de rol van de Nevobo en verenigingen: https://www.nevobo.nl/nieuwsbericht/2021/09/20/vog-verplicht-bij-trainersopleidingen-en-licenties

( met een erkend opleider of de Regionale Volleybalschool als adviseur/coach op de achtergrond aanwezig voor consultatie, gratis voor clubs die investeren in gediplomeerde trainers).